polijsten
/poˈlɛɪstə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een stenen of glazen oppervlak bijzonder glad slijpen met steeds fijnere slijpmiddelenDeze steen moet nog gepolijst worden.
- (ov) het verwijderen van de buitenste lagen van de rijstkorrel om de zetmeelkern bloot te leggen voor de productie van rijstwijn
- (ov) overdrachtelijk: kleine veranderingen aanbrengen in een document om het beter leesbaar of aantrekkelijker te maken
Etymologie
* In de betekenis van ‘glad maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554
Vertalingen
Engelspolish
Franspolir
Spaansbruñir
Deenspolere
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek