polijsten

/poˈlɛɪstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een stenen of glazen oppervlak bijzonder glad slijpen met steeds fijnere slijpmiddelen
    Deze steen moet nog gepolijst worden.
  2. ov (ov) het verwijderen van de buitenste lagen van de rijstkorrel om de zetmeelkern bloot te leggen voor de productie van rijstwijn
  3. ov (ov) overdrachtelijk: kleine veranderingen aanbrengen in een document om het beter leesbaar of aantrekkelijker te maken

Etymologie

* In de betekenis van ‘glad maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554

Vertalingen

Engelspolish
Franspolir
Spaansbruñir
Deenspolere