pompoen
mannelijk (de)/pɔmˈpun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (groente) een zeer oud (9000 v.Chr.) cultuurgewas uit Midden- en Zuid-Amerika, bestaande uit de grote vlezige vruchten van de planten van het geslacht Cucurbita
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562
Vertalingen
Engelspumpkin
Franscitrouille
DuitsKürbis
Spaanscalabaza
Italiaanszucca
Portugeesabóbora
Poolsdynia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek