Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
popo
mannelijk (de)/ˈpopo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straattaal) politieagentHij staart de dood in de ogen maar wordt gelukkig gered door de plaatselijke politie. John is zo onder de indruk dat hij besluit zijn leven om te gooien en een popo te worden.Dennis begint te tieren over ‘een popo in de bosjes’ die hem een ‘boete van ruim zestig euro in de maag splitste’.
zelfstandig naamwoord
- (straattaal) politie
zelfstandig naamwoord
- (informeel) (anatomie) bolling gevormd door spieren en vetlaag aan de achterkant van het bekken, boven de benen maar onder de rugHet meisje worstelde voor wat zij waard was, haar handen en armen bewogen echter toch sierlijk en wat traag, als flikflooiden zij onder water, wat de jongeman blijkbaar geheel buiten zinnen bracht, want plotseling sloeg hij beide armen om haar taille en zwaaide haar, beide grijphanden stevig in haar popo gegroefd in het rond, zodat haar haren losschoten en door de lucht golfden en haar voeten nu en dan de grond verlieten en zwaaiden en trappelden in de boslucht.De mannen lijken in de schemer met hun halfgebogen armen boven het hoofd, of tot op de schouders teruggetrokken handen, met hun naar achteren gestoken popo's konijntjes, kangeroe's, die klaar staan hun sprong te nemen.
Etymologie
*[B] via """ van "Popo"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek