portefeuille
mannelijk (de)/ˌpɔrtəˈfœyjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijkeMijn rijbewijs zat in mijn portefeuille.
- (politiek) beleidsterrein van een ministerDe minister van onderwijs heeft ook wetenschapsbeleid in zijn portefeuille.
- (bedrijfskunde) takenpakket dat aan een bestuurder is toevertrouwdZe is sinds 2016 statutair directeur van de ANWB met in haar portefeuille financiën en strategie.[https://www.telegraaf.nl/financieel/3490893/nieuwe-bestuurder-bij-achmea?utm_source=google&utm_medium=organic Nieuwe bestuurder bij Achmea], De Telegraaf, 24 april 2019
- (economie) samenstelling van vermogenstitels als beleggingAls je weet wat je risicoprofiel is, kun je een portefeuille samenstellen.[https://www.veb.net/zelf-beleggen/een-portefeuille-samenstellen Een portefeuille samenstellen], VEB
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘opbergmap(je) voor papieren’ voor het eerst aangetroffen in 1784.
Vertalingen
Engelswallet
Fransportefeuille
DuitsPortemonnaie
Spaanscartera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek