postkar
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kar waarmee de postbode post bezorgdMaar goed, dat was dus de eerste verrassing. Teufel wilde klaarblijkelijk indruk maken. De tweede verrassing was flinke postkar vol dozen. Van klein tot (heel) groot. Uitpakken, aansluiten, deur van mijn kantoor dicht en open die volumeknoppen! Toen kwam de derde (en natuurlijk belangrijkste) verrassing. Geluid van (extreem) sublieme kwaliteit dat moeiteloos met de topmerken kan concurreren. De Telegraaf LENNO VAN DEKKEN 28 apr. 2018 [https://www.telegraaf.nl/tech/1973554/duivelse-verrassing Duivelse verrassing]Plotseling viel haar op dat de postkar wel erg licht aanvoelde. Toen ze erin keek, bleek dat een van haar drie posttassen uit haar postkar was gehaald. De postbode zocht nog in de nabije omgeving, maar kon de tas nergens vinden. Reformatorisch Dagblad 18-08-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/dief-besteelt-vinkeveense-postbode-1.1330064 Dief besteelt Vinkeveense postbode]De expositie heet De postbode vertelt. Hij bestaat onder meer uit een speciaal voor de gelegenheid gemaakte film, waarin ex-brievenbezorgers terugkijken op hun werk. Verder zijn er oude foto’s en attributen die vroeger tot de standaarduitrusting van de postbode behoorden, zoals de bekende pet, postkar en kwitantietas. Reformatorisch Dagblad 02-06-2011 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/museum-brengt-ode-aan-postbode-2-1.614812 Museum brengt ode aan postbode (2)]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek