postzak

mannelijk (de)/ˈpɔ(st)sɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zak waarin men de poststukken verzamelt en vervoert die voor een bepaalde plaats bestemd zijn
    Máxima verscheen tot in de puntjes verzorgd in een mosgroen broekpak van Jan Taminiau. De koningin draagt vaker creaties van deze Brabantse designer. Zo droeg ze eerder al, tijdens de Arnhem Mode Biënnale in 2009, het postzakjasje en, op de inhuldigingsdag in 2013, een koningsblauwe jurk van zijn hand.de Telegraaf INDRA JAGER EN KIKI VAN DER MEIJDEN 09 mrt. 2017
    Bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart hadden Nederlanders over de grens problemen met stemmen, omdat ze hun papieren te laat of helemaal niet ontvingen, vooral door trage of onbetrouwbare postbezorging. In sommige landen is het geen uitzondering dat een postzak een paar weken op een lokaal postkantoor blijft staan, aldus Krikke.de Telegraaf 07 jul. 2017

Vertalingen

Engelspostbag, mailbag
Franssac postal
DuitsPostsack
Spaansmala
Italiaanssacco postale