praat

/praːt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het spreken over een bepaald onderwerp
    Wat is dat voor rare praat!
    Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.

Uitdrukkingen

  • aan de praat krijgenzorgen dat iets weer werkt