woorden
boek
Start
›
P
›
prak
prak
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
kookkunst
(kookkunst) hoeveelheid fijngemaakte (geprakte) door elkaar gemengde materie (meestal eten)
Verwante woorden
prakje
Prakken
prakkiseer
prakkiseerde
prakkiseerden
prakkiseert
prakkiseren
Prakrit
prakt
prakte
prakten
praktijk
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← prairiën
prakje →