Prakken
/ˈprɑkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (eten) fijndrukken, meestal met een vorkZij prakte de aardappel en de worteltjes en begon de kleuter te voeren.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het prakken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
* In de betekenis van ‘eten met een vork fijnmaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1871
Vertalingen
Engelsmash
Duitszerstampfen, zermatschen
Italiaansschiacciare
Zweedsmosa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek