Prakken

/ˈprɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (eten) fijndrukken, meestal met een vork
    Zij prakte de aardappel en de worteltjes en begon de kleuter te voeren.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het prakken in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

* In de betekenis van ‘eten met een vork fijnmaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1871

Vertalingen

Engelsmash
Duitszerstampfen, zermatschen
Italiaansschiacciare
Zweedsmosa