praktijk

mannelijk/vrouwelijk (de)/prɑkˈtɛik/

Wat is de betekenis van praktijk?

praktijk betekent: de ruimte waarin bijvoorbeeld een arts, fysiotherapeut of advocaat zijn/haar beroep uitoefent

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de ruimte waarin bijvoorbeeld een arts, fysiotherapeut of advocaat zijn/haar beroep uitoefent
  2. hoe dingen werkelijk gaan, soms in tegenstelling tot hoe zaken in theorie zouden moeten functioneren
  3. onderwijs (onderwijs) lessen waarin zoveel mogelijk gewerkt wordt op de manier zoals dat in de beroepsuitoefening gaat
  4. gewoonte(n), manier van doen, handeling(en).

Voorbeelden van "praktijk" in een zin

  • Zij maakte er wandelingen met een van mijn collega- psychologen van de praktijk waar ik destijds maat was.
  • En die praktijk valt ook niet om als je er een jaartje niet bent.
  • Omdat hard pratende mensen in de praktijk soms in de wachtkamer hoorbaar waren, liet de huisarts in de wachtkamer muziek spelen
  • In de praktijk blijkt telkens weer dat een dergelijke opbouw van een winkelcentrum tot desolate plekken leidt.
  • Het waren mooie, wijze woorden, maar ik vroeg me af hoe je dit advies goed in praktijk kon brengen.

Etymologie

* van Middelnederlands "practike", in de betekenis van ‘toepassing’ voor aangetroffen vanaf 1240

Uitdrukkingen

  • De praktijk blijkt/is weerbarstigIets dat op het eerste gezicht/op papier e.d. eenvoudig lijkt, blijkt in werkelijkheid toch veel gecompliceerder

Vertalingen

Engelspractice, practice, practice
Fransen pratique, usage
DuitsPraxis, Praktik
Spaansconsultorio, consulta, práctica