praktisch
Wat is de betekenis van praktisch?
praktisch betekent: op een manier die ook echt uitgevoerd kan worden, en zodoende nuttig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- op een manier die ook echt uitgevoerd kan worden, en zodoende nuttig
bijwoord
- zogoed als, in die mate dat het verschil met "helemaal" verwaarloosbaar is (daarmee nog wat sterker in gradatie dan bijna en haast)
Voorbeelden van "praktisch" in een zin
- Er is toch wel een praktischere oplossing te bedenken?
- Ik was erg ontroerd door haar bezorgdheid, maar ook door haar praktische advies.
- In de eerste helft van de 20e eeuw ging Duitsland praktisch drie keer failliet
Etymologie
afgeleid van het Duits met het achtervoegsel -isch
Vertalingen
Duitspraktisch
Engelspractical
pappráktiko
Spaanspráctico
cspraktický
cyymarferol
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek