woorden
boek
Start
›
P
›
prater
prater
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die (veel) praat
Geen prater zijn.
Etymologie
*Van de stam van praten
Vertalingen
Engels
talker
Frans
parlant
Verwante woorden
prat
praten
praten als brugman
pratend
pratende
praters
pratertje
pratertjes
pratikeerde
pratikeert
pratikeren
pratikerend
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← pratende
praters →