predatie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vangen, doden en opeten door een organisme, meestal een dier, van een ander dier, het prooidier
    Ook in de afgelopen twee jaar had het paartje kraanvogels een nest in het afgesloten en meest kwetsbare deel van het veengebied. Helaas zijn de jongen toen door predatie omgekomen.
    Met stijgende verbazing las ik vorige week in Het Parool over de bovenmatige predatie (opvreten) van weidevogels door mantelmeeuwen in Landelijk Noord.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelspredation