principe

onzijdig (het)/prɪnˈsipə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grondoorzaak, werkend beginsel
    Dat is het principe.
  2. een grondbeginsel, grondstelling
    In principe zou dat moeten kunnen...
  3. een stelregel
    Uit principe doe ik dat niet.
  4. in principe: alleen rekening houdend met een bepaald beginsel
    Omlooptijd, diameter, massa - dat is in principe allemaal te meten.
    Sommige deskundigen menen dat de daarvoor noodzakelijke technieken in principe in elk microbiologisch laboratorium aanwezig zijn, maar het vereist toch wel een zekere kennis en technische vaardigheden om effectieve biologische wapens te kunnen produceren.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beginsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1830

Vertalingen

Spaansprincipio
Italiaansprincipio