prinses

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. adel (adel) de hoogste adellijke titel van een vrouw of meisje
  2. adel (adel) de laagste koninklijke titel van een vrouw of meisje
    Als Amalia, de prinses van Oranje, over vijf jaar achttien wordt, krijgt ze een uitkering uit de schatkist voor de rest van haar leven van ruim 4000 euro per dag [http://nos.nl/artikel/2135334-amalia-wacht-vorstelijke-uitkering-van-4000-euro-per-dag.html www.nu.nl]
    Aan de overkant van de straat liep een vrouw in een oranje sari. Als een bekoorlijke Indiase prinses schreed ze door het mulle zand. Ze knikte naar me. Ik liet haar passeren en kon het niet laten haar na te kijken. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

*afgeleid van prins

Vertalingen

Engelsprincess, princess
Fransprincesse, princesse
DuitsPrinzessin, Prinzessin
Spaansprincesa, princesa