probleem

onzijdig (het)/proˈblem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat schade teweegbrengt of de voortgang van iets anders in de weg staat
    In het algemeen kan gesteld worden dat problemen rond Amerikaanse hypotheken de onmiddellijke aanleiding vormden tot de kredietcrisis, die oversloeg op de markt voor daaraan gerelateerde complexe financiële producten.
    Haar vader had financiële problemen, Louise noch hij wist er de details van, maar ze hadden begrepen dat het om een paar minder geslaagde zaken ging, misschien zelfs van die zaken die zo nu en dan voorkomen in oorlogstijd, die zaken waarbij je het risico liep het slachtoffer te worden van minder gewetensvolle debiteurs.
    'Maar vind je de weg, ik bedoel, iemand moet je toch opvangen en helpen?' Hij verzekerde haar dat dat ook geen probleem was, hij kende het gebied en de leider van de lokale verzetsbeweging, Julien Sorel, was zijn oom en alles zou gesmeerd gaan.
  2. (in engere zin) onopgelost vraagstuk
    Het blijft een probleem hoe je erachter komt.
    Toen ik zei dat ik helaas nog niet wist hoelang ik van plan was te blijven en dat ik hoopte dat dat geen probleem zou zijn, wuifde hij mijn zorgen weg met een elegant handgebaar en bezwoer hij mij dat het een eer was voor het etablissement en een persoonlijk genoegen voor hemzelf om mij als gast te mogen beschouwen en dat hij alleen maar kon wensen dat deze vreugde langdurig zou mogen zijn.
    Gelukkig had mijn vrouw daar geen probleem mee omdat ze zelf kort ervoor een lange wandeling naar Santiago de Compostela had gemaakt.

Etymologie

*Via het Oudgriekse πρόβλημα van het werkwoord προβάλλω.

Uitdrukkingen

  • ergens een probleem mee hebbeniets moeilijk vinden

Vertalingen

Engelsproblem, trouble
Fransproblème
DuitsProblem
Spaansproblema
Italiaansproblema
Portugeesproblema
Russischпроблема
Turksproblem
Poolsproblem
Zweedsdilemma, knipa, svårighet
Deensdilemma, knibe