procureur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, juridisch, beroep (geschiedenis) (juridisch) (beroep) iemand die de gedingvoerende partijen in een civiel rechtsgeding vertegenwoordigt zonder als raadsman op te treden
  2. fijne gerookte ham van de hals/het schouderstuk van de varkensrib zonder been

Etymologie

* van het Franse procurer

Vertalingen

Spaansprocurador