procureur-generaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/prokyˌrørɣenəˈral/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) (beroep) hoofd van het parket bij het Belgische Hof van Cassatie
- (juridisch) (beroep) de vertegenwoordiger van het Belgische Openbaar Ministerie bij de Hoven van Beroep, tevens hoogste gerechtelijke autoriteit in het rechtsgebied van het hof
- (juridisch) (beroep) een lid van het bestuurscollege van het Nederlandse Openbaar Ministerie, het College van procureurs-generaal, dat samen met de staf aldaar het Parket-generaal vormt
- (juridisch) (beroep) het hoofd van het Parket bij de Nederlandse Hoge Raad
Etymologie
*(samenkoppeling) van procureur en generaal
Vertalingen
Engelspublic prosecutor
DuitsGeneralstaatsanwalt
Spaansprocurador del estado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek