proza

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gewoon, alledaags
    Het leven is meer proza dan poëzie
  2. gewone verhalende tekst zonder rijm of vormvastheid
    Proza kent weinig regels qua vorm van de tekst.
    In De andere naam van Jon Fosse is de stijl zeker eigen. De Noorse meester van het langzame proza daalt in repetitieve, ritmische zinnen af in het hoofd van een piekerende schilder.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ongebonden stijl’ voor het eerst aangetroffen in 1617

Vertalingen

Engelsprose
Spaansprosa