pruimen

onzijdig (het)/ˈprœymə(n)/

Wat is de betekenis van pruimen?

pruimen betekent: (ov) tabak kauwen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tabak kauwen
  2. eten
  3. mokken
  4. vermengen van water met stoom
  5. accepteren
zelfstandig naamwoord
  1. pruimenhout
  2. van pruimenhout gemaakt

Voorbeelden van "pruimen" in een zin

  • die rommel is niet te pruimen
  • unieke pruimen tafel

Betekenis en uitleg van pruimen

Pruimen zijn sappige, zoete vruchten die meestal een paarse of gele kleur hebben. Ze zijn heerlijk om zo te eten, maar worden ook vaak gebruikt in jams, taarten en andere gerechten.

Het woord 'pruimen' gebruik je vaak in de context van fruit, vooral tijdens de oogstperiode in de zomer en het vroege najaar. Pruimen hebben een unieke smaak die variëert van zoet tot zuur, afhankelijk van de soort. Daarnaast zijn ze een bron van vezels en antioxidanten, waardoor ze ook gezond zijn.

Voorbeelden

  • Na het avondeten genoten we van een salade met verse pruimen en geitenkaas.
  • De pruimenboom in onze achtertuin staat vol met rijpe vruchten, perfect voor het maken van jam.
  • Tijdens de markt kocht ik een paar kilo pruimen om te gebruiken in mijn zelfgemaakte taart.

Woordoorsprong

Het woord 'pruim' is afgeleid van het Oudnederlands 'prūma', dat verwant is aan het Germaanse 'plūma'.

Veelgestelde vragen over pruimen

Wat is de betekenis van pruimen?

pruimen betekent: (ov) tabak kauwen

Hoeveel betekenissen heeft pruimen?

pruimen heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft pruimen?

pruimen is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je pruimen in een zin?

Voorbeeld: “die rommel is niet te pruimen

Etymologie

*[4] Ontleend aan Engels "prime".

Vertalingen

Franschiquer
Duitspriemen