pruimen
onzijdig (het)/ˈprœymə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) tabak kauwen
- etendie rommel is niet te pruimen
- mokken
- vermengen van water met stoom
- accepteren
zelfstandig naamwoord
- pruimenhout
- van pruimenhout gemaaktunieke pruimen tafel
Etymologie
*[4] Ontleend aan Engels "prime".
Vertalingen
Franschiquer
Duitspriemen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek