pruts
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van pruts?
pruts betekent: iets dat niet degelijk, niets bijzonders is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat niet degelijk, niets bijzonders is
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prutsen
- gebiedende wijs van prutsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prutsen
Voorbeelden van "pruts" in een zin
- Ik pruts.
- Pruts!
- Pruts je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek