pruts

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van pruts?

pruts betekent: iets dat niet degelijk, niets bijzonders is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat niet degelijk, niets bijzonders is
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prutsen
  2. gebiedende wijs van prutsen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prutsen

Voorbeelden van "pruts" in een zin

  • Ik pruts.
  • Pruts!
  • Pruts je?