publiek

onzijdig (het)/pyˈblik/

Wat is de betekenis van publiek?

publiek betekent: een groep toeschouwers; groep bezoekers

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep toeschouwers; groep bezoekers
  2. groep mensen in het algemeen

Voorbeelden van "publiek" in een zin

  • Het publiek komt niet meer bij van het lachen.
  • Nederland won uiteindelijk toch door een daverende score bij de tv-kijkers thuis. Van het publiek kreeg hij 261 punten, waarmee hij tweede werd achter Noorwegen. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 [https://www.tubantia.nl/dossier-duncan-wint-songfestival/duncan-doet-waar-nederland-na-44-jaar-naar-smachtte~afc527e7/ Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte]
  • Als de gewrichten het begeven, klinken luide knallen, tot jolijt bij het publiek. {{Aut|Pfeiffer, Ilja Leonard
  • Iedereen op Curaçao moet thuisblijven. De regering raadde de inwoners van het eiland aan om te hamsteren. De vervroegde avondklok heeft volgens de DMO-voorzitter niet tot grote ongeregeldheden geleid onder winkelend publiek.

Betekenis en uitleg van publiek

Het woord 'publiek' verwijst naar een groep mensen die samenkomen om iets te ervaren of te observeren, zoals een voorstelling, een sportevenement of een lezing. Het kan ook de algemene bevolking of het brede publiek aanduiden dat geïnteresseerd is in bepaalde informatie of activiteiten.

Je gebruikt 'publiek' vaak in de context van evenementen, waarbij je de mensen beschrijft die de actie of presentatie bijwonen. Het woord kan ook een belangrijke nuance hebben; bijvoorbeeld, 'het publiek' kan zowel een specifieke groep fans zijn als de neutrale term voor elke toeschouwer. In de media wordt 'publiek' gebruikt om te verwijzen naar de ontvangers van informatie, zoals lezers of kijkers.

Voorbeelden

  • Het publiek ging uit zijn dak na een fenomenale uitvoering van het symfonieorkest.
  • De presentator stelde voor om het publiek vragen te laten stellen tijdens de discussie.
  • Met sociale media kan iedereen zijn mening delen en zo een breder publiek bereiken.

Woordoorsprong

Het woord 'publiek' is afgeleid van het Latijnse 'publicus', wat 'publiek' of 'gemeenschappelijk' betekent. Het heeft door de eeuwen heen zijn betekenis behouden als referentie naar de gemeenschap of het algemene volk.

Veelgestelde vragen over publiek

Wat is de betekenis van publiek?

publiek betekent: een groep toeschouwers; groep bezoekers

Hoeveel betekenissen heeft publiek?

publiek heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft publiek?

publiek is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van publiek?

Synoniemen van publiek zijn: openbaar.

Hoe gebruik je publiek in een zin?

Voorbeeld: “Het publiek komt niet meer bij van het lachen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘openbaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1548

Uitdrukkingen

  • De publieke omroep.

Vertalingen

Engelsaudience, public, public
Franspublic, public
DuitsPublikum, öffentlich
Spaansaudiencia, público
Italiaanspubblico, pubblico
Portugeespúblico
Russischпублика, зрители, аудитория
Chinees觀眾, 观众, 公共
Japans聴衆, 公衆
Koreaans공중의
Arabischعام, عمومي
Poolspubliczny
Zweedspublik, offentlig
Deensoffentlig