push

mannelijk (de)/puʃ/

Wat is de betekenis van push?

push betekent: (sport) duwende slag waardoor een bal zich in een rechte lijn voortbeweegt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) duwende slag waardoor een bal zich in een rechte lijn voortbeweegt
  2. (hockey) slag waarbij de stick bijna rechtop achter de bal wordt gehouden om die met een harde duw vooruit in beweging te brengen
  3. (golf) slag waarbij de bal zich bij een rechtshandige speler recht naar een punt rechts van het doel beweegt, of bij een linkshandige speler links van het doel
  4. figuurlijk (figuurlijk)
  5. drijvende kracht, energie
  6. hulp om verder te komen, steun om vooruitgang te boeken
  7. invloed die tot dwingt tot handelen of weggaan
  8. communicatie (communicatie) bericht dat automatisch wordt toegezonden
  9. informatica (informatica) bewerking waarbij een gegevenselement aan een stack ('stapel') wordt toegevoegd

Voorbeelden van "push" in een zin

  • Bovendien waren een niet al te kort spel, de lange pass en de push het best gebaat bij een lange haak.
  • De push is een bal die ten opzichte van het doel naar rechts vliegt en maar blijft gaan.
  • Ik heb de brief niet gezien, maar Piet heeft hem gelezen bij Van Mook's secretaresse en zei dat het een voortreffelijk document was, dat slechts één gebrek had, nl. dat er wel een beroep gedaan werd op de push en de durf van Soekarno om nu zijn overtuiging te volgen, maar dat er eigenlijk van onze kant niets tegenover werd gesteld.
  • Deze film verdiende “een stevig push, want het is een ontzettend belangrijk verhaal”, vindt Apatow.
  • Terwijl talloze armen van het platteland naar de grote steden in het westen trokken - door de push van toenemende bevolkingsdruk, grondgebrek, werkloosheid en dalende landbouwprijzen en de pull van industrialisatie en toenemende stedelijke bedrijvigheid -, begonnen velen van de meeste welgestelde burgers juist de grote steden en de dichtbevolkte gebieden in het westen te verlaten.

Etymologie

*[3] (verkorting) pushbericht