putsch

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (geweldadige) omverwerping van een legitieme regering
    In vergelijking met Al-Bashir is Kim Jong-un een watje en een koorknaap. De Koreaan speelde nog met de blokkendoos, toen Al-Bashir al bloed aan zijn handen had en zich met een militaire putsch de macht toe-eigende. de Standaard ZATERDAG 23 SEPTEMBER 2017
    De plaatsvervangend leider van de pro-Koerdische HDP, Ahmet Yildirim, beschuldigde de regering van het doorvoeren van een 'tweede putsch met de massaontslagen en het vastzetten van politici van de oppositie, onder wie parlementsleden van zijn partij. Volkskrant 16 juli 2017

Etymologie

*uit het Duits

Vertalingen

Engelsputsch