rallen
/ˈrɑlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (verouderd) praten zonder ernstige bedoelingenLaet elk van schoone steden rallen,Ik acht de beste steê van allen,Daer slechts de mensche liefst mag zijn,Schoon s'in sich selfs niet heerlik schijn.
zelfstandig naamwoord
- (kraanvogelachtigen) een familie van vogels uit de orde kraanvogelachtigen (Gruiformes). Deze familie van omnivore moeras- en watervogels telt ongeveer 150 soorten. Op grond van moleculair genetisch onderzoek zijn de inzichten over de indeling in geslachten en soorten sinds 2012 sterk gewijzigd
Etymologie
*: "ral" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek