rangschik
Wat is de betekenis van rangschik?
rangschik betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rangschikken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rangschikken
- gebiedende wijs van rangschikken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rangschikken
Voorbeelden van "rangschik" in een zin
- Ik rangschik.
- Rangschik!
- Rangschik je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek