religiositeit

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alles wat te maken heeft met godsdienst en geloof in een opperwezen
    Bisschop Tod Brown van Orange schrijft dat hij met bedroefdheid kennis nam van de financiële problemen bij Schullers gemeente. Hij wijst er op dat zij aanvankelijk samenkwam 'onder het nederige dak' van een drive-in snackbar en dat zij is uitgegroeid tot een 'gewaardeerde bron van religiositeit in het deel van Californië waarin Orange ligt.
    Tijdens het National Prayer Breakfast zei hij dat de uitdagingen waar de VS nu voor staan, van hem eisen dat hij luistert naar God en valse religiositeit vermijdt.

Etymologie

* afleiding van religie

Vertalingen

Engelsreligiosity