revelen

/ˈrevələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, verouderd (inerg) (verouderd) gemoedelijk praten over onbelangrijke dingen
    {{ouds
  2. ov, pejoratief, verouderd (ov) (pejoratief) (verouderd) onzin praten, wartaal uiten
    Kleine denkseltjes en woorden gingen druk over en weer in Hedwigs ziel, terwijl die verbijsterd onderging de zware kneuzing: - ‘Dit is nu iets heel ergs. - Hiervan valt men flauw. - Moet ik nu gillen? - Neen, ik schijn mij goed te kunnen houden. - Ik geef er niets om. - Ik blijf heel gewoon en kan het best aanzien.’ - Aldus praatte en revelde het in haar en zij bleef toezien, zichzelve waarnemend zonder te bespeuren hoe hevig de schok werkte.

Etymologie

*frequentatief, afgeleid van "reven"