rist
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van rist?
rist betekent: een groep zaken die op regelmatige wijze zijn geordend
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groep zaken die op regelmatige wijze zijn geordend
Voorbeelden van "rist" in een zin
- De regering nam een rist beslissingen.
Etymologie
* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘bundel (van vlas e.d.)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek