rompslomp

mannelijk (de)/ˈrɔm(p)slɔmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hinderlijke, vervelende drukte die nergens voor nodig is
    Bedrijven in Nederland betalen vandaag 15 procent belasting over het dividend dat zij uitkeren aan hun aandeelhouders. De dividendontvanger kan het ingehouden bedrag vervolgens verrekenen met zijn belastingaanslag. Wat voor Nederlandse bedrijven heel wat rompslomp met zich meebracht. de Standaard 9 oktober 2017 door Nico Tanghe
    Opa Hennie is in elk geval opgelucht dat de boete van tafel is. [voor het wildplassen van zijn 2 jarige kleinzoon] "Grandioos! Dit scheelt ons een heleboel rompslomp want we hadden er zeker een zaak van gemaakt als de politie vast had gehouden aan deze boete."Tubantia Arno Heesakkers/BD 26 september 2017

Etymologie

* uit het Fries

Vertalingen

Engelsfuss