roodbaard

mannelijk (de)/ˈrodbart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) roodborst, roodborstje
  2. visserij (visserij) rode poon
  3. persoon met rossige baard

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "rootbaert" van Oudnederlands "rodbard", op te vatten als