ruitenwisser
mannelijk (de)/ˈrœytə(n)ˌwɪsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een apparaatje dat de ruiten van een auto automatisch wist met een bewegende arm met wisserbladZet de ruitenwissers even aan, ik zie niets!
- een strook rubber in een houder met handvat dat gebruikt wordt bij het glazenwassen
Vertalingen
Engelswindscreen wiper, windshield wiper, squeegee
Fransessuie-glace
DuitsScheibenwischer
Spaanslimpiaparabrisas
Italiaanstergicristallo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek