ruitenwisser

mannelijk (de)/ˈrœytə(n)ˌwɪsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaatje dat de ruiten van een auto automatisch wist met een bewegende arm met wisserblad
    Zet de ruitenwissers even aan, ik zie niets!
  2. een strook rubber in een houder met handvat dat gebruikt wordt bij het glazenwassen

Vertalingen

Engelswindscreen wiper, windshield wiper, squeegee
Fransessuie-glace
DuitsScheibenwischer
Spaanslimpiaparabrisas
Italiaanstergicristallo