Ruiter

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van Ruiter?

Ruiter betekent: (persoon) de berijder van een rijdier, meestal een paard

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) de berijder van een rijdier, meestal een paard
  2. iets wat ergens op zit en er boven uit steekt
  3. bouwkunde (bouwkunde) een verticale plank op een nokgording ter ondersteuning van de nokvorsten
  4. een rek waarop onder meer bonen worden gedroogd

Voorbeelden van "Ruiter" in een zin

  • De ruiter ging er in galop vandoor.
  • Je stelt de tabulator op deze schrijfmachine in door een ruitertje te plaatsen.
  • De ruitertjes op de hangmappen geven overzicht.
  • De ruiter werd door de timmerman op de nokgording aangebracht.
  • Waar in Zeeland worden bonen nu nog op ruiters gezet om te drogen?

Etymologie

* van ruiten (roven, plunderen)

Vertalingen

Engelshorseman, horsewoman, rider
Franscavalier, cavalière, cavalier
DuitsReiter, Reiter, Firstbohle
Spaanscaballero, jinete, caballete
Italiaanscavaliere, cavalcatore, cavalierino
Zweedsryttare, ryttare