Ruiter
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van Ruiter?
Ruiter betekent: (persoon) de berijder van een rijdier, meestal een paard
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) de berijder van een rijdier, meestal een paard
- iets wat ergens op zit en er boven uit steekt
- (bouwkunde) een verticale plank op een nokgording ter ondersteuning van de nokvorsten
- een rek waarop onder meer bonen worden gedroogd
Voorbeelden van "Ruiter" in een zin
- De ruiter ging er in galop vandoor.
- Je stelt de tabulator op deze schrijfmachine in door een ruitertje te plaatsen.
- De ruitertjes op de hangmappen geven overzicht.
- De ruiter werd door de timmerman op de nokgording aangebracht.
- Waar in Zeeland worden bonen nu nog op ruiters gezet om te drogen?
Etymologie
* van ruiten (roven, plunderen)
Vertalingen
Engelshorseman, horsewoman, rider
Franscavalier, cavalière, cavalier
DuitsReiter, Reiter, Firstbohle
Spaanscaballero, jinete, caballete
Italiaanscavaliere, cavalcatore, cavalierino
Zweedsryttare, ryttare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek