rustgever

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor rust zorgt; iemand die tot rust maant
    Het Groningse publiek in de Euroborg begon te joelen en waarna rustgever Van Bommel juist voor meer onrust binnen PSV zorgde. NRC Koen Greven 27 augustus 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/08/27/van-bommel-blijft-maar-tieren-na-onterechte-kaart-12376980-a767222 Van Bommel blijft maar tieren na onterechte kaart]
    De lijn van FC Twente kon Janssen niet voortzetten bij Ajax, de landskampioen die in hem de rustgever van een jong en vooral onstuimig elftal zag. Ajax pakte opnieuw de titel, maar om nu te zeggen dat Janssen een dominante rol vervulde, niet bepaald. NRC Henk Stouwdam 29 oktober 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/10/29/theo-janssen-voetbalt-nog-niet-als-patron-van-vitesse-12570475-a233509 Theo Janssen voetbalt nog niet als patron van Vitesse]

Etymologie

*Samenstellende afleiding van rust en de stam van geven