schaakt
Wat is de betekenis van schaakt?
schaakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaken
- gebiedende wijs meervoud van schaken
Voorbeelden van "schaakt" in een zin
- Jij schaakt.
- Hij schaakt.
- Schaakt!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek