schamen
/ˈsxamə(n)/
Wat is de betekenis van schamen?
schamen betekent: (refl)schaamte voelen, iets van jezelf niet goed vinden zodat je het niet aan anderen wilt tonen
Betekenis
werkwoord
- (refl)schaamte voelen, iets van jezelf niet goed vinden zodat je het niet aan anderen wilt tonen
Voorbeelden van "schamen" in een zin
- Hij schaamde zich voor zijn vergeetachtigheid.
- Hij gaf de Woordbouwer eerst een hand maar daarna zette hij het kistje snel weer op tafel en vloog hem om de hals. Hij schaamde zich er niet voor. {{Aut|Herzen, Frank
- Ik schaamde me er bijna voor, maar ik verlangde naar de rust en voorspelbaarheid van Noord-Californië, het deel van de trail dat vaak als saai wordt beschreven.
Etymologie
* In de betekenis van ‘generen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelsbe ashamed
Fransavoir honte
Duitssich schämen
Spaansavergonzarse, abochornarse, abatatarse
Turksutanmak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek