scheepshoorn

mannelijk (de)/ˈsxepshorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toeter op een schip waarmee men geluidssignalen kan produceren
    Je kon voelen dat de zomer voor de deur stond en toen de scheepshoorn klonk en het schip zich losmaakte van de kade, kwam er net een ober langs en kon ik een biertje bestellen.
    De Holland Amerika Lijn was dit jaar weer begonnen met toeteren. Vorig jaar hadden mensen geklaagd dat ze het geluid van de scheepshoorn misten.