scheepswand

mannelijk (de)/ˈsxepswɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) afscheiding tussen de romp van een vaartuig en het water eromheen
    Door de folie wordt giftige verf - die nu voor de scheepswanden wordt gebruikt - overbodig gemaakt.
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, scheepvaart (verouderd) (scheepvaart) touwwerk van een zeilschip
    De pakhuis-huren, wegens de bewaring van het scheepswand en toebehooren, zijn bevoorregte schulden (…)

Etymologie

* met klankverandering i - ee (: /ɪ/ -/e/)