schelen

/ˈsxelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. een verschil maken
    Dat scheelt een slok op een borrel.
    Agnes en Frans zijn vreemde bondgenoten voor Jack Philips, maar dat kan hun waarschijnlijk niet schelen als het de gewenste wraak oplevert.
    Ze kan nauwelijks ademhalen en voelt zich vreselijk alleen tussen al deze mannen, die het niet kan schelen of haar echtgenoot een eerlijk proces krijgt.

Etymologie

*van Middelnederlands "scelen", "scillen" "verschillen'", in de betekenis van ‘afwijken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1290

Uitdrukkingen

  • het kan me niet schelen

Vertalingen

Engelsmake a difference
Fransfaire une différence
Duitskümmern
Spaansimportar