schellenboom

mannelijk (de)/ˈsxɛlə(n)ˌbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) instrument dat bestaat uit verticale steel met dwarshouten en versieringen waaraan belletjes hangen; gebruikt door muziekkorpsen
    Onder veel publieke bijval was toen geëindigd met Haydns 'Militaire' symfonie, precies 200 jaar oud. Daarbij trad het laaste deel een viermans slagwerkorkestje op dat luidruchtig voor het podium langsmarcheerde, onder aanvoering van een vaandelachtige ‘schellenboom’ met rinkelende belletjes.
    De Janitsaren vormden destijds de keurtroepen van het Turkse leger. Tijdens plechtigheden en krijgsverrichtingen werden ze begeleid of aangevuurd door een ‘luidruchtig’ muziekkorps. In de 17de eeuw bestond dat uit o.a. trompetten, fluiten, schalmeien en een arsenaal aan slagwerk, zoals pauken, bekkens, triangels, allerhande trommen en zgn. schellenbomen (stokken met belletjes).