schelm
mannelijk (de)/ˈsxɛlᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) schurk
- deugniet, ondeugend of schalks kind
- (verouderd) avonturier
Etymologie
*Van het Middelduitse schelme. Verder mogelijk via het Protogermaanse *skalmjan- te herleiden tot PIE *(s)kel- "snijden". In de betekenis van ‘deugniet’ voor het eerst aangetroffen in 1557
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek