schelvis
mannelijk (de)/ˈsxɛlvɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (voeding) bepaald soort kabeljauwachtige consumptievis,
- (straalvinnigen) gebruikt als benaming voor vissen uit de familie
- (straalvinnigen) (Suriname) bepaald soort vuurrode vis, uit de familie van de zeeschorpioenen,
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "schelvisch" / "schelvisc" van Oudnederlands "skellifisk", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1101; op te vatten als
Vertalingen
Engelshaddock
Fransaiglefin, eglefin
DuitsSchellfisch
Spaanseglefino, pescadilla
Italiaansasinello, eglefino
Portugeesarinca, eglefino, hadoque
Russischпикша
Chinees黑線鱈
Japansコダラ
Poolsplamiak
Zweedskolja
Deenskuller
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek