schenkkurk
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kurk met een pijpje dat het schenken van de wijn of andere drank vergemakkelijktHij wrikte de schenkkurk los, maar ook de laatste druppels waren niet toereikend om het borrelglaasje tot de rand te vullen.
Vertalingen
Engelspourer, pouring stopper
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek