schenkkurk

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kurk met een pijpje dat het schenken van de wijn of andere drank vergemakkelijkt
    Hij wrikte de schenkkurk los, maar ook de laatste druppels waren niet toereikend om het borrelglaasje tot de rand te vullen.

Vertalingen

Engelspourer, pouring stopper