schepjes
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buikpotigen) een familie van kleine tot middelgrote weekdieren uit de klasse van de (slakken) en de orde Cephalaspidea. Deze roofslakken, die wereldwijd worden gevonden, worden gekenmerkt door een dunne binnenschaal. Tot de schelpjes-familie behoren onder andere het gewoon schepje, het ketting-schepje, het gestippeld schepje en het gezaagd schepje
Etymologie
* "schepje" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek