scherf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɛrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onregelmatig gevormd stuk materie dat deel heeft uitgemaakt van een groter geheel
    Men zegt vaak, nadat er een stuk servies aan scherven gevallen is, dat scherven geluk brengen.
  2. militair (militair) fragment van een granaat

Etymologie

*van Middelnederlands """, in de betekenis van ‘stuk van gebroken voorwerp’ aangetroffen vanaf 1240

Vertalingen

Engelsshard, shellsplinter, splinter
Franséclat, éclat
DuitsScherbe, Splitter