schik
mannelijk (de)/sxɪk/
Wat is de betekenis van schik?
schik betekent: ~ hebben in iets: door iets geamuseerd worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ~ hebben in iets: door iets geamuseerd worden
Voorbeelden van "schik" in een zin
- Hij had schik in die ondeugd van een kleinzoon.
Etymologie
* In de betekenis van ‘pret’ voor het eerst aangetroffen in 1802
Uitdrukkingen
- In zijn schik zijn — blij en opgewekt zijn
Vertalingen
Engelsfun, amusement
Spaansdiversión, divertimento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek