Schoof
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) samengebonden hoeveelheid graanhalmen of andere afgemaaide gewassenDe schoven staan op het veld te drogen.
- (wiskunde) een wiskundige structuur die aan de open verzamelingen van een topologische ruimte bepaalde algebraïsche structuren koppelt, bijvoorbeeld abelse groepen, ringen of modulen
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands scoef, scoof, scove, ontwikkeld uit Oergermaans *skauba-, misschien verwant met Servo-Kroatisch čȕpa ‘bos haren’. Evenals Oostenrijks-/Zuid-Duits Schaub ‘strobundel’, Fries skeaf ‘schoof’ en Deens skæv ‘bundel darmen van een geslacht dier’.
Vertalingen
Engelssheaf, sheaf
Fransgerbe
DuitsGarbe
Italiaansfascio
Russischсноп, пучок
Poolssnop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek