schoolgaan
/ˈsxolɣan/
Betekenis
werkwoord
- (erga) op een bepaalde school ingeschreven staan om daar lessen volgenHij is daar jarenlang schoolgegaan.
- (inerg) het volgen van lessen aan scholenEr werd toen nog op Zaterdag schoolgegaan.Hij heeft niet veel schoolgegaan.
Uitdrukkingen
- Bij iemand nog wel kunnen schoolgaan — Veel van iemand kunnen leren
Vertalingen
Fransaller en classe
Duitszur Schule gehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek