sermoen
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beschuldigende, vermanende preek of toespraakOp 10 augustus 1566 preekte Sebastiaan Matte een opruiend sermoen in Steenvoorde, een stadje op het Vlaamse platteland, bij de grens met Frankrijk.Toen ze met haar wijsvinger, met een doekje erom gewonden, op het portier wilde schrijven 'Ik ben een viezerik', beende ik boos naar buiten. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen. Ik kreeg een sermoen van een half uur over verantwoordelijkheid, burenhulp, en de samenhang tussen mijn auto en mijn denken. 'Wie zo smerig is, denkt ook vies!'
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelssermon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek