slaap
Wat is de betekenis van slaap?
slaap betekent: periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt
Betekenis
- periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt
- behoefte aan slaap
- (anatomie) zijvlak van het hoofd tussen oog en oor
- tot korstjes opdrogende afscheiding aan de oogleden
Voorbeelden van "slaap" in een zin
- Jan snurkt in zijn slaap.
- Om vier uur 's ochtends viel Olive in slaap naast het schilderij.
- Ik heb zo'n slaap.
- Voordat ik weer in slaap viel kreeg ik de gedachte aan zeven verschrompelde lijken in gesmolten slaapzakken niet uit mijn hoofd.
- 's Ochtends was hij wakker geworden op de sprei van een van de bedden, met naast hem een vrouw - ze heette Laetitia - die nog diep in slaap was.
Betekenis en uitleg van slaap
Slaap is een natuurlijke staat van rust waarin het lichaam en de geest zich herstellen. Tijdens de slaap doorloopt ons lichaam verschillende fasen die essentieel zijn voor onze gezondheid en welzijn.
Het woord 'slaap' wordt vaak gebruikt om de periode aan te duiden waarin iemand zijn ogen sluit en in een staat van bewustzijnsvermindering verkeert. Slaap is cruciaal voor de regeneratie van lichaam en geest, en een gebrek eraan kan leiden tot allerlei gezondheidsproblemen. In gesprekken over gezondheid, welzijn of dagelijkse routines kom je het woord vaak tegen.
Voorbeelden
- Na een lange dag werken, viel hij als een blok in slaap op de bank.
- De baby sliep vredig in haar bedje, terwijl de ouders even tijd voor zichzelf hadden.
- Slaaptekort kan leiden tot concentratieproblemen en een verminderde stemming.
Woordoorsprong
Het woord 'slaap' komt van het Oudnederlands 'slep', dat verwant is aan het Duitse 'Schlaf' en het Engelse 'sleep'.
Veelgestelde vragen over slaap
Wat is de betekenis van slaap?
slaap betekent: periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt
Hoeveel betekenissen heeft slaap?
slaap heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft slaap?
slaap is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je slaap in een zin?
Voorbeeld: “Jan snurkt in zijn slaap.”
Etymologie
*Van de stam van het werkwoord slapen
Uitdrukkingen
- iemand uit de slaap houden
- iemand wakker houden
- in slaap vallen
- inslapen
- omvallen van de slaap
- zeer slaperig zijn
- slaap hebben
- de neiging hebben tot slapen